home »       achtergond »       methoden »       nieuws »       agenda »       login »       contact »       links »       disclaimer »


Beschikbare methoden:


Zoek op trefwoord en klik op 'OK':

OF

Kies een methode en klik op 'OK':


Het Orthopedagogisch Methodiekmodel Bruininks is een instrument waarmee lijn aangebracht kan worden in de werkwijze op en rondom (leef)groepen. Dit omvat opvang, zorg, begeleiding en/of behandeling met als doel het realiseren van een professionele, kwalitatieve en effectieve methodiek. Onder een methodiek wordt een complete werkwijze op en rondom een (leef)groep verstaan, inclusief theorie(en), methode(n) en technieken plus uitgangspunten, visies en doelen die toepasbaar is bij een specifieke doelgroep. Het OMB is voor iedere willekeurige doelgroep bruikbaar. Het model bestaat uit vier delen: 1. Overallvisie. 2. Organisatorische gegevenheden. 3. Basisaanpak. 4. Ondersteunende aanpak. De overallvisie is de visie die uitspraken doet over hoe en op grond waarvan gekeken wordt naar de doelgroep en daarmee tegelijkertijd over de opvang, zorg, begeleiding of behandeling die zij daarom nodig heeft. De overallvisie geeft richting aan de inhoud van de basisaanpak (dat wat in de (leef)groep gebeurt), en de ondersteunende aanpak (dat wat rondom de (leef)groep aan ondersteuning en ter aanvulling aanwezig is). De overallvisie bestaat uit: doelgroepinventarisatie, praktijktheoretische uitgangspunten, doelgroepdefinitie en methodiekdoelen dat kan worden uitgewerkt m.b.v. een handleiding. De organisatorische gegevenheden geven aan welke middelen beschikbaar zijn en op welke wijze deze kunnen en mogen worden ingezet om de overallvisie in de dagelijkse praktijk te concretiseren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘externe- en ‘interne gegevenheden’ dat kan worden uitgewerkt m.b.v. een handleiding. De basisaanpak (BA) is datgene wat aan zorg in de (leef)groep wordt geboden en bestaat uit een gemeenschappelijkgericht en individugericht deel. De basisaanpak bestaat uit 18 begrippen die deel uitmaken van drie hoofdgroepen: ‘klimaat creëren’, ‘situaties hanteren’ en ‘relatie presenteren’. Van ieder begrip bestaat er een werkblad dat kan worden uitgewerkt in vijf stappen: ‘visie’, ‘aanpak’, ‘teamafspraken’, ‘voorwaarden’ en ‘actie’. De ondersteunende aanpak (OA) is datgene wat ter ondersteuning en ter aanvulling van de basisaanpak rondom de (leef)groep wordt geboden en bestaat uit een gemeenschappelijkgericht en individugericht deel. De samenwerking tussen degenen die de basisaanpak aanbieden en de ondersteuners kan worden uitgewerkt in vijf stappen: ‘visie’, ‘aanpak’, ‘teamafspraken’, ‘voorwaarden’ en ‘actie’ m.b.v. een handleiding. Het model maakt in de BA en OA onderscheid tussen doelgroep- en cliënt gebonden denken en handelen. Beiden bestaan uit een gemeenschappelijk gericht deel en een individugericht deel. Het gemeenschappelijk gerichte deel wordt ingevuld op basis van wat de doelgroep gemeenschappelijk nodig heeft: het beantwoord de hulpvragen die de cliënten uit de doelgroep gemeenschappelijk hebben. De hulpvragen die cliënten daar bovenop nog individueel hebben, worden beantwoord in het individugerichte deel door specifieke afspraken te maken in bijvoorbeeld zorgplannen. Doordat de methodiek niet gekoppeld is aan aanwezig personeel of cliënten, maar aan de locatie en de doelgroep, levert zij een stabiele basis waarop kan worden gebouwd en waarmee ook toekomstige cliënten geholpen kunnen worden. Het model verbindt theorie, professioneel handelen en de alledaagse praktijk. Het heeft vooral methodische aandacht voor het alledaagse leven. Het professionele handelen richt zich op het klimaat, alledaagse situaties en relaties die daar tot stand komen. Kennis van stoornissen die cliënten (kunnen) hebben is daarbij wel richtinggevend, maar zij krijgen niet alleen therapeutische en klinische aandacht. Het OMB is toetsbaar op kwaliteit en effect. In het model passen alle kennis, inzichten en vaardigheden die in trainingen, wetenschappelijke studies, opleidingen en de praktijk zijn opgedaan en zorgt ook voor inbedding van scholing- en evaluatieprogramma’s als competentiegerichte hulpverlening en management, systeemgericht en/of vraaggericht werken. Het model is geïnspireerd door de orthopedagogische theorie 'Specifiek opvoeden' van Prof. dr. J.F.W. Kok, is in 1995 ontstaan en door de jaren heen op basis van praktijkervaringen uitgegroeid tot een volledig model. Hoewel het model in eerste instantie ontwikkeld is voor residentieel groepswerk, blijkt ze ook goed bruikbaar in de semiresidentiële, ambulante- en onderwijssector als in de kinderopvang. Bruikbaar als instrument waarmee in gezamenlijkheid gewerkt wordt aan de kwaliteit van zorg, opvang, begeleiding en behandeling. Doordat het model inzetbaar is op groepsniveau, divisie/afdeling- en instellingsniveau kan een organisatie komen tot een coherent zorgaanbod. Naast methodiekontwikkeling kent het model meerdere toepassingsmogelijkheden, namelijk: methodiekbeschrijving, methodiekverbetering, visie- en aanpak formulering, ouder- en cliëntparticipatie, teambuilding, probleemanalyse en oplossing, toetsing en verbetering van bestaand zorgaanbod alsook cliënt- en doelgroepgebonden denken, handelen en vergaderen.


  • Bruininks A.C. & L.M. Harmsen
    Zie mij, niet mijn stoornis. Een orthopedagogisch leefklimaat voor jongeren met ADHD en PDD-NOS in de 24-uurs zorg. 2011, Amsterdam, SWP.
  • Bruininks, A.C.
    Orthopedagogisch groepswerk, methodiekgericht werken in de praktijk. 2e oplage 2007, Elsevier. ISBN 9789035228696
  • Bruininks, A.C.
    Ze doen het niet expres, Een structuurverlenende aanpak bij aandachtsstoornissen en hyperactiviteit. 2002(5), Amsterdam, SWP.
  • www.bruininks.com
    Info over het orthopedagogsch methodiekmodel OMB